Wat zijn de zes denkgewoonten?

Tekst groter

Wat zijn de zes denkgewoonten?

Het denken kent zes bouwstenen, die zich twee aan twee laten ordenen. Samen vormen ze de denkgewoonten.

  • Het eerste tweetal (conformisme en constructie) gaat over de vraag waar je je hypothese, je oplossingsrichting vandaan haalt.
  • Het tweede tweetal (intra-actie en interactie) gaat over het onderzoeken van de stevigheid van deze hypothese: houdt het stand? Snijdt het hout?
  • Het derde tweetal (re-productie en reflectie) gaat over het realiseren van je idee; het uitvoeren, bijsturen en monitoren ervan.

We lopen de denkgewoonten kort door.

Conformisme en constructie

Wanneer we een probleem moeten oplossen, halen we ergens onze ideeën vandaan. De vraag is: hoe kom je tot een bepaalde oplossingrichting?

Het kan zijn dat we graag gebruik maken van bestaande ideeën. In dat geval ga je op zoek naar de best passende bestaande oplossing. Dit noemen we een conformistische manier van denken. Het levert navolgbaarheid op. Bij conformisme is de manier waarop informatie in ons hoofd is opgeslagen te typeren als een archiefkast. Hoe nauwkeuriger geordend, hoe zorgvuldiger het zoekproces en hoe beter passend de oplossing. Maar ook: hoe meer tijd het kost.

Het kan ook zijn dat de manier waarop onze hoofd geordend is, eerder lijkt op een rommelzolder: je komt allerlei interessante dingen tegen en gebruikt die. Soms vind je simpelweg direct wat je nodig hebt (één vraag, één antwoord), en soms kom je uiteenlopende stukjes informatie tegen en combineer je die met elkaar. Dit noemen we constructie. Hoe meer onverwachte combinaties, hoe creatiever de oplossing. We spreken dan van een hoge constructie. Loopt dit de spuigaten uit, dan wordt het voor een gesprekspartner onnavolgbaar.

Het resultaat van beiden denkgewoonten is het komen met een eerste denkrichting, een hypothese. Conformisme en constructie hebben beide voor- en nadelen.

Conformisme:

  • Kern is: kiezen van het best beschikbare alternatief
  • Kwaliteiten zijn onder andere: navolgbaarheid, implementatiekracht
  • Knelpunten zijn onder andere: moeite met eigen profilering, verstarring, gebrek aan innovatie

Constructie:

  • Kern is: maken van nieuwe combinaties, actief gebruik van voorkennis
  • Kwaliteiten zijn onder andere: creativiteit, eigen kleur geven
  • Knelpunten zijn onder andere: moeite met samenwerken, neiging het wiel uit te vinden
     

Intra-actie en interactie

Vervolgens is de vraag: hoe stevig is de hypothese die je gevormd hebt? Houdt deze stand? Dat kunnen we op twee manieren onderzoeken.

De eerste is de hypothese in jezelf onder de loep nemen. Door er dus in gedachten rondjes omheen te lopen en het van alle kanten te belichten. We noemen dit intra-actie. Mensen die dit veel inzetten, kunnen grote hoeveelhe-den informatie heel scherp analyseren. Nadeel is echter dat deze mensen door hun omgeving worden ervaren als gesloten, niet ‘in verbinding’, ‘hij hoort of ziet mij niet echt’.

Een andere manier om de hypothese te verstevigen is anderen om hun mening te vragen. Om alle meningen ten slotte tegen elkaar af te wegen. We noemen dit interactie. Mensen die dit gebruiken, worden vaak ervaren als geïnteres-seerde gesprekspartners. Ze creëren gemakkelijk draagvlak. Deze kwaliteit kan echter ook leiden tot vertraging (veel in gesprek) en moeite met het nemen van beslissingen.

Het resultaat van deze denkgewoonten is het komen tot stevigheid in de oplossingsrichting. Intra-actie en interactie hebben beide voor- en nadelen.

Intra-actie:

  • Kern is: stevigheid van een idee onderzoeken in gesprek met jezelf
  • Kwaliteiten zijn onder andere: scherpe analyses, eenduidige beslissingen
  • Knelpunten zijn onder andere: neiging eerder tégen dan mét mensen te praten, moeite draagvlak te creëren

Interactie:

  • Kern is: stevigheid van een idee onderzoeken in gesprek met anderen
  • Kwaliteiten zijn onder andere: verbinden van mensen, procesvaardigheid
  • Knelpunten zijn onder andere: moeite met besluitvorming, chaos
     

Re-productie en reflectie

Tenslotte gaat het om het realiseren van de gekozen oplossing; het uitvoeren, bijsturen en monitoren van je plan.

Doe je dit op een manier waarbij het gemaakte plan houvast biedt? Ga je ervan uit dat je er lang genoeg over nagedacht hebt en het nu met name aankomt op de uitvoering? Met andere woorden: deal is a deal – afspraak is afspraak? Dan is er sprake van reproductie.

Is het plan met name een hulpmiddel, ga je er vanuit dat de wereld blijft bewegen en het dus belangrijk is om mee te bewegen en bij te stellen? Dan spreken we van reflectie.
Reflectie en reproductie zijn een soort cockpitvaardigheden. Ze houden toezicht op het totaal. Reproductie is herleidbaar, maar kan ook star worden. Reflectie is flexibel, maar kan ook ten kosten gaan van de resultaatgerichtheid.

Het resultaat van deze denkgewoonten is het realiseren van een oplossing. Reproductie en reflectie hebben beide voor- en nadelen.

Reproductie:

  • Kern is: realiseren van het vastgestelde plan
  • Kwaliteiten zijn onder andere: pragmatisme, resultaatgerichtheid
  • Knelpunten zijn onder andere: beperkte flexibiliteit, moeite met vernieuwing

Reflectie:

  • Kern is: monitoren en bijstellen van de gekozen aanpak
  • Kwaliteiten zijn onder andere: flexibiliteit, organisatiesensitiviteit
  • Knelpunten zijn onder andere: blijven hangen, moeite tot resultaat te komen

Alle denkgewoonten, en hun onderlinge combinaties laten in verschillende situaties hun meerwaarde laten zien.

Hoofdstuk inhoudsopgave