Vijf fundamentele kenmerken voor succesvolle organisaties

Tekst groter

Vijf fundamentele kenmerken voor succesvolle organisaties

Het INK-managementmodel is één groot sturingsmechanisme. Het ultieme doel van het model is richting geven aan het verbeteren van organisaties, aan het goede organiseren om optimale resultaten te bereiken voor de stakeholders. Om hier ook richting aan te kunnen geven, zijn vijf kenmerken gedefinieerd die typerend zouden zijn voor succesvolle organisaties.

1. Inspirerend leiderschap

In een eerdere versie van het model werd dit kenmerk ‘leiderschap met lef’ genoemd. Dit betekent dat de leiders van de organisatie een uitdagende koers uitzetten en daarbij rekening houden met relevante informatie en met de stakeholders. Zij dragen de koers uit, luisteren, inspireren en mobiliseren, gaan de consequenties van implementatie van de koers – ook voor zichzelf – niet uit de weg, zijn integer en houden vol. Overigens zijn leiders volgens het INK de koersbepalers, de inspirators en motivators: zíj brengen de veranderingen tot stand. Managers zijn de planners, de controleerders en de probleemoplossers.

2. Bouwen op vertrouwen

Interessant is dat in een eerdere versie dit kenmerk ‘transparantie’ werd genoemd. Kennelijk leidt transparantie niet altijd tot openheid en vertrouwen. Volgens dit kenmerk staat de succesvolle organisatie open voor haar stakeholders, schenkt en vraagt vertrouwen. Daarbij is er interactie met de stakeholders over de gewenste resultaten. Medewerkers kennen hun bijdrage aan het eindresultaat en hebben de mogelijkheid zich hiervoor voldoende te bekwamen. Procesbeheersing, professionaliteit en verbetergerichtheid geven de basis voor vertrouwen, het bespreken van fouten en het in actie komen.

3. Samenwerking

Leiders en medewerkers nemen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor het te behalen succes. Diversiteit en meerstemmigheid worden geaccepteerd, sterker nog: omarmd! De organisatiestructuur en -cultuur stimuleren tot samenwerking en medewerkers voelen dat. In de professionele samenwerking tussen leiders en medewerkers worden persoonlijke doelen en organisatiedoelen op elkaar afgestemd. Partners in netwerken zoeken gezamenlijk naar de toegevoegde waarde voor het geheel.

4. Resultaatgerichtheid

De leiders sturen op resultaten en houden de waardering door stakeholders in balans. De leiders en medewerkers zijn gericht op het behalen van de afgesproken resultaten voor alle stakeholders. De inspanningen zijn daardoor evenwichtig en doelgericht. Op basis van resultaten en veranderingen in de omgeving worden ambities en doelen bijgesteld, zonder steeds van koers te veranderen.

5. Continu verbeteren en vernieuwen

Evaluatie en reflectie worden systematisch en structureel georganiseerd, er is tijd en aandacht voor. Gemeten resultaten worden systematisch vergeleken met de van de visie afgeleide doelstellingen. Er is openheid over resultaten. De cultuur is gericht op verbeteren. Medewerkers en leiders worden gestimuleerd om innovatieve oplossingen aan te dragen en kennis uit te wisselen. De organisatie kijkt kritisch naar zichzelf en haar omgeving, waardoor stapsgewijs wordt verbeterd en/of (fundamenteel) wordt vernieuwd.

Hoofdstuk inhoudsopgave