Van ontwikkelingsfasen naar dimensies

Tekst groter

Van ontwikkelingsfasen naar dimensies

Eén van de krachtigste onderdelen van het INK-managementmodel was de hantering van de vijf ontwikkelingsfasen: activiteit-, proces-, systeem-, keten- en transformatiegeoriënteerd. Deze fasen waren bedoeld als een beeld, een soort toets in welke ontwikkelingsfase een organisatie zich bevond. Doeldenken, dat wil zeggen: volgordelijk bewegen van fase 1, naar 2, naar 3, enz., was nadrukkelijk niet de bedoeling. Het ging erom dat elke organisatie haar eigen niveau van complexiteit en ontwikkeling had en dat het organiseren in de aandachtsgebieden zich ongeveer op hetzelfde ontwikkelingsniveau richtte.

De theorie erachter stelde dat de overgang van de ene vorm naar de andere een mutatie was die niet zonder slag of stoot verloopt en ook niet zonder risico is. Doorontwikkelen werkte alleen als dit een betere aansluiting op de omgeving opleverde. Fasegewijze ontwikkeling betekende ook dat men geen fase(n) kan overslaan.

Theorie versus praktijk

Theorie en praktijk gingen echter uit elkaar lopen. Waar het concept ontwikkelfasen opriep tot reflectie en nadenken welke ontwikkeling het beste past, werd het in de praktijk gebruikt en zelfs misbruikt als een soort doeldenken. “We moeten allemaal van fase n naar fase n+1” terwijl de betekenis of het doel dat men ermee wilde bereiken, niet besproken werd. Dit leidde tot stevige vervreemding in organisaties, waar medewerkers met een hoog BOHICA gevoel (Bend Over, Here It Comes Again) op de vele positiebepalingen en rapporten reageerden; immers, met organiseren en het primaire proces hadden deze exercities weinig van doen.

Van fasedenken naar dimensies

Het INK reageerde hierop door het fasedenken te vervangen door dimensies. De vier dimensies geven van micro naar macro telkens een verbreding van de systeemgrenzen; van activiteit, naar proces, naar organisatie en naar keten.
Kenmerken van deze dimensies worden uitgedrukt in vier aspecten:

  • Inhoud: waar gaat het over, waar liggen de systeemgrenzen, wat is de vorm?
  • Basisidee: wat zijn de basisideeën en wat wordt beoogd?
  • Mens: wat is de rol van de mens als persoon, als medewerker en/of leidinggevende, welke chemie is er tussen hen waarneembaar?
  • Besturing: hoe worden de activiteiten en resultaten gemonitord en bestuurd?

Instrumentalisme?

Het voert te ver om een uitgebreide beschrijving van de dimensies hier te geven. Naar ons idee is echter 'het kind met het badwater weggegooid.' Anders gezegd: andere definities en vormgeving van eenzelfde concept lost problemen rond de toepassing van dat concept niet op. Bovendien was een gevalideerde praktijk en een zorgvuldige visievorming en uitwerking van het fasedenken voorhanden, zodat diegenen die wel wilden bewegen op de goede manier hier mee uit de voeten konden. De vier dimensies hebben die diepgang (nog?) niet, het concept is ingewikkeld gemaakt en daarmee lastiger toepasbaar en het risico van instrumentalisme blijft groot.

Hoofdstuk inhoudsopgave