Referentiearchitectuur als onderlegger voor de strategische dialoog over ICT

Tekst groter

Referentiearchitectuur als onderlegger voor de strategische dialoog over ICT

Onder referentiearchitectuur verstaan we het geheel van principes, richtlijnen en/of voorbeelden op basis waarvan een organisatie een architectuur kan maken. Belangrijkste is vaak om hergebruik te maken van reeds opgedane kennis binnen een branche. Meest toegpaste referentiearchitectuur is NORA (Nederlandse Overheid Referentie Architectuur), omdat aan dit raamwerk (op elk van de vlakken van dit raamwerk) een aantal modellen, principes en richtlijnen zijn gekoppeld die kaderstellend zijn voor alle Nederlandse overheidsorganisaties (ICTU, 2009). Onderdeel van de NORA familie is GEMMA (GEMeentelijke Model Architectuur), PETRA (Provinciale EnTerprise Referentie Architectuur), WILMA (Waterschaps Informatie- en Logisch Model Architectuur). Er zijn ook referentiearchitecturen voor de woningcooperaties (CORA, COrporatie Referentie Architectuur), voor ziekenhuizen (referentiedomeinenmodel van Nictiz, of ROSA ( Referentie Architectuur Onderwijs) voor onderwijs.

Wat deze referentiearchitecturen gemeen hebben is dat voor een groot deel gebruikt en gericht zijn op mensen binnen een ICT-organisatie. Wij gebruiken referntiearchitecturen om een strategische dialoog te voeren over welke investeringen te doen in ICT.

Daarmee zijn onze referentiearchitecturen meer geënt op de belevingswereld van de bestuurders. Zoals de referentiearchitectuur voor onderwijs:

onderwijsreferentie.jpg

Of de referentiearchitectuur voor ziekenhuizen:

ziekenhuisreferentie.jpg

Op deze referentiearchitecturen staan de benodigde functionaliteit afgebeeld. Hiermee kunnen de volgende strategische dialogen gevoerd worden:

  1. Definitie van scope van een ERP of EPD programma
  2. Sanering van het ICT landschap om kosten te besparen, continuïteit te verhogen en integratie te vergemakkelijken
  3. Migratiepad voor de komende jaren te visualiseren
  4. Het matchen van de systeemportfolio bij fusies of intensieve samenwerking.

 

Ad 1.

Op de referentiearchitectuur kan het huidige applicatielandschap geplot worden én wat het ERP of EPD in potentie kan afdekken. Hiermee is duidelijk te zien waar overlap is en zo niet met welke systemen koppelingen ontwikkeld moeten worden. Zaken waar een bestuurder anders moeilijk grip op krijgt.

Ad 2.

Als de huidige portfolio aan systemen geplot wordt op de referentiearchitectuur én de kwaliteit van de systemen gemarkeerd wordt met een kleur is te zien waar mogelijk een overlap is in systemen en waar potentieel gesaneerd kan worden. Met de kleuren kan gekeken worden welke systemen bij voorkeur gesaneerd moeten worden. Een door ons gebruikte methode om de kwaliteit van systemen vast te stellen is die van Bedell waarbij systemen worden beoordeeld worden naar kwaliteit (gebruik, beheer)  en belang (operationeel, strategisch).

Hoofdstuk inhoudsopgave