Realiseren 2

Tekst groter

Het werk kan op drie manier worden uitgevoerd: improviserend, planmatig en routinematig.

Een aantal diagnosevragen om inzicht te krijgen in het realisatieproces:

  • zijn van de routines de in- en uitvoer en de relaties met andere processen aangegeven?
  • is elke routine verdeeld in niet te veel stappen (zeven plus of min twee?)
  • is de uitkomst/outpunt/product van elke stap omschreven?
  • is er voldoende ruimte om te improviseren en is dat passend bij de opgave van de organisatie of zou er veel meer op routines en/of projecten moeten worden gestuurd?
  • zijn de grenzen voor de improvisatieopdracht aagegeven (budget, tijd)?
  • worden improvisatieopdrachten regelmatig beoordeeld op stoppen, doorgaan of aanpassen?
  • is de projectleider bereid en in staat om te zorgen voor de omschrijving van het beoogde resultaat, het hiermee samenhangende werk en de daarmee samenhangende beheersplannen?
  • zijn er afspraken gemaakt met de projectmedewerkers over de wijze waarop de afgesproken werkzaamheden binnen van tevoren overeengekomen plannen uitvoeren?

Hoofdstuk inhoudsopgave