.

Tekst groter

.

Proces 3: de omgeving

Voor een projectleider staat het opleveren van een door de opdrachtgever gewenst resultaat centraal. Dit resultaat moet de opdrachtgever helpen bij het door hem of haar beoogd doel dichterbij te brengen. Om een project in haar omgeving te laten landen, is er draagvlak nodig van betrokkenen. Draagvlak van mensen zoals gebruikers, chefs, leveranciers, slachtoffers, financiers e.d.. Het invoeren van wat in een project bedacht en gemaakt is moet immers gesteund, gedragen en gebruikt worden door anderen dan de opdrachtgever, de projectleider of het projectteam.

De laatste jaren is er meer aandacht voor het, tijdig, actief en gericht, betrekken van de omgeving door de projectleider. Het label is dan Strategisch Omgevings Management en de Mutual Gains Aanpak (Susskind), Geting to yes (van Fisher en Ury) of Stakeholdermanagement.

Proces 4: de methode 

De kern van projectmatig werken is het sturen op een van te voren overeengekomen
resultaat (ook wel deliverable of product genoemd). Als het op te leveren resultaat helder is, kan het uit te voeren werk geïnventariseerd worden. Soms is het raadzaam om dat werk te faseren. Om ervoor te zorgen dat het project stuurbaar is en dat het resultaat voldoet aan de wensen van de opdrachtgever, moeten er afspraken worden gemaakt over de beheersing van het project in tijd, geld, kwaliteit, informatie en organisatie. Ten slotte moet er van tevoren worden afgesproken op welke momenten de opdrachtgever kan beslissen over de voortgang van het project. Met het voorgaande zijn de drie componenten waaruit de methode bestaat toegelicht: faseren, beheersen en beslissen.