Moderne organisatievormen

Tekst groter

Moderne organisatievormen

Moderne of virtuele organisatiestructuren zijn relatief ongestructureerd. Ze maken een wat organische of chaotische indruk. Enkele moderne structuurvarianten voor organisaties zijn de netwerk-, de cel-, de fuzzy- en de hypertextstructuur.

Moderne organisatiestructuren zijn relatief ongestructureerd. Op wie gewend is om in ‘harkjes’ te denken, maken ze een wat organische of chaotische indruk. Het ongestructureerde karakter van moderne organisaties kan het gevolg zijn van:

  • het feit dat de complexiteit van de omgeving de laatste decennia zo dramatisch is toegenomen dat daarvan binnen de organisatie geen congruente afbeelding meer te maken is
  • de opkomst van dienstverlenende organisaties en de ICT-mogelijkheden zoals Internet, andere samenwerkingsvormen (weer meer) mogelijk worden
  • het minder dwingend zijn van de spelregels van eenheid van eigendom, leiding en identiteit.

Hierna volgen beknopte toelichtingen op enkele moderne structuurvarianten voor organisaties. In de literatuur gebruikt men ook wel de term virtuele organisatie voor deze 'moderne' vormen.

Netwerkorganisatie

Netwerkorganisaties zijn samenwerkingsverbanden tussen (semi) autonome mensen/organisaties, met:

  • semi-stabiele relaties
  • synergie tussen elkaars kerncompetenties/markten
  • een (herkenbare) externe gemeenschappelijke identiteit
  • coördinatie via zelfcoördinatie; geen klassieke hiërarchie
  • coördinatie- en transactieminimalisering en informatiemaximalisering door inzet van ICT.

Netwerkorganisaties ontstaan rond gedeelde doelen. Ze kunnen qua werkingsgebied variëren van overleg tot produceren. Ze zijn zeer divers. De ‘Strategische alliantie’ komt als variant voor.

Zelfsturend team- of celstructuur

In een celstructuur werken per cel 5 tot maximaal 30 mensen. Elke cel daarbinnen:

  • is zelf verantwoordelijk voor de levenscyclus van een PMC/DDC
  • heeft een (in de tijd vaak wisselende) verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden
  • bepaalt zelf de verdeling van de ontwikkelings-, uitvoerende-, marketing- en managementtaken door en over de teamleden.

Fuzzy structuur

In een fuzzy structuur vindt de samenstelling van teams plaats op basis van persoonlijke voorkeuren. Daarbij:

  • is elke medewerker lid van tenminste één team
  • bestaat een team uit meer dan twee personen
  • vindt teamvorming plaats op basis van gedeelde markten, diensten, vak, sympathie, enzovoorts
  • is het mogelijk dat een mens lid is van meerdere teams
  • is de kleinste en belangrijkste resultaatverantwoordelijke eenheid de medewerker met een Personal Commitment Statement (PCS)
  • steunt men elkaar gevraagd en ongevraagd bij het realiseren van de PCS’en
  • verdeelt men de managementtaken.

Hypertext structuur

In een hypertext structuur is het primaire proces gestructureerd met tenminste twee indelingscriteria die gelijktijdig volledig werkzaam zijn (operationeel, functioneel, geografisch, markt).

Aandachtspunten

Moderne organisatievormen vervangen in het geheel nog niet de al langer bestaande structuren (productgerichte, functionele, marktgerichte of geografische). Modieus misbruik van de begrippen komt ook voor. Iets is immers nog geen netwerkorganisatie door het zo te noemen... En dit type organisaties heeft een prijs:

  • hoge prestatiedruk voor de deelnemers
  • lusten en lasten liggen bij de participanten
  • moeizaam verlopende processen voor het bepalen van de missie, doelen en strategie
  • intensieve coördinatie
  • fricties rondom verdeling van kosten/baten (geld, kennis, kennissen)
    - onontbeerlijke communicatieve vaardigheden (conflicthantering/onderhandelen)
  • tijdelijke loyaliteiten naar elkaar toe: broze sociale netwerken

Bovenstaande beschrijft slechts een tussenstand, want in de organisatiekunde is er momenteel nog weinig consensus over de bepalende kenmerken van de 'moderne' /virtuele organisatie(structuren).

Bron: Aken, J. van, en anderen, De virtuele onderneming, begripsafbakening en evaluatie, Holland Management Review, 53, 1997. Kor. R., G. Wijnen en M. Weggeman. Kluwer Deventer (2007).Weggeman, M., Kennismanagement: de praktijk, Scriptum, 2000.

Hoofdstuk inhoudsopgave