McGregor (theorie X en Y)

Tekst groter

McGregor (theorie X en Y)

De wijze waarop leidinggevers hun medewerkers benaderen en bejegenen is onder andere gebaseerd op hun mensvisie. In 1960 is een tweetal opvattingen in deze verwoord door McGregor in zijn klassiek geworden theorie X en Y.

Theorie X-Y

In theorie X gaat de manager ervan uit dat mensen (medewerkers) van nature de kantjes er van af willen lopen. Daarom moet een manager zijn of haar medewerkers werkzaamheden wel opdragen; bevelen geven.

De te motiveren medewerker

De medewerker die gemotiveerd wil worden (theorie X) begint de werkdag met de vraag: "Chef, hier ben ik; benieuwd hoe je me vandaag weer gaat motiveren?". Hij vindt dat hij recht heeft op duidelijke richtlijnen. Wanneer die ontbreken, hoeft hij niks uit te voeren. Hij wil niet betrokken zijn bij zijn werk. En de manager die theorie X praktiseert, verwacht dan ook geen constructieve bijdrage van zijn medewerkers. De theorie-X-manager verwacht dat de medewerkers:

  • bij problemen afwachten totdat er iemand komt die ze verhelpt
  • de bevoegdheden van de leiding voortdurend ter discussie stellen.

Vandaar dat chefs die vinden dat theorie X klopt:

  • veel ‘ongemotiveerde’ medewerkers in hun afdeling hebben
  • meestal om veel bevoegdheden vragen
  • en de behoefte hebben aan mogelijkheden om medewerkers te straffen en belonen.

De gemotiveerde medewerker

De gemotiveerde medewerker komt naar zijn werk met de instelling van "Chef hier ben ik; ik heb er vandaag zin in. Ik kan me zelf sturen; ik neem initiatieven en ik roep tijdig om hulp van collega’s en chefs. Managers die theorie Y aanhangen gaan ervan uit dat hun medewerkers:

  • zich verbonden voelen met hun eigen doelen en ambities en met die van de organisatie
  • enerzijds zelfstandig functioneren en anderzijds accepteren dat chefs hun eigen verantwoordelijkheden hebben.

Een theorie-Y-manager:

  • wil weten wat zijn medewerkers beweegt bij het werk
  • schept voorwaarden waaronder medewerkers hun werk kunnen doen (zoals duidelijkheid over het uit te voeren werk en het regelen van de noodzakelijke middelen)
  • ondersteunt de medewerkers
  • zorgt voor adequate werkomstandigheden (een werkplek, materiaal, apparaten en dergelijke).

Kanttekeningen

Er zijn heel wat meer factoren die invloed kunnen uitoefenen op de motivatie van de medewerker. Primair komt motivatie uit mensen zelf (hun doelen). Zij bepalen zelf hoeveel zij zich aantrekken van hun chef, hun collega's etc. Maar de waan van de dag, de collega's, het soort werk, de cultuur in en buiten de organisatie) hebben wel degelijk invloed op de motivatie. Het positivistische mensbeeld heeft (helaas) geen universele geldigheid. Sommige mensen zijn nu eenmaal genetisch bepaalde lamlendelingen, boeven of profiteurs.

Bron: McGregor, D., 'The human side of enterprise, McGraw-Hill, 1980.

Hoofdstuk inhoudsopgave