Leidinggeven en macht van de manager

Tekst groter

Leidinggeven en macht van de manager

Het managen door middel van macht (of invloed) is gebaseerd op een gepercipieerde ongelijkheid tussen de manager en de medewerker. Door middel van macht kan een manager de medewerker beïnvloeden tot het uitvoeren van bepaalde taken.

Macht is een beïnvloedingsvermogen

Macht is de mate waarin een manager in staat is om anderen te laten doen wat hij wil, respectievelijk om te vermijden dat hij gedwongen wordt om te doen wat hij niet wil. De manager heeft daadwerkelijk macht, wanneer dit door de medewerker als zodanig wordt ervaren. Macht wordt daarmee mede bepaald door de waardering die medewerkers toekennen aan bijvoorbeeld de zeggenschap over middelen.

Een manager kan putten uit twee machtsbronnen: persoonsmacht en positiemacht.

Persoonsmacht

Persoonsmacht is naast de macht van de sterkste ook macht in de zin van lichamelijke aantrekkingskracht en deskundigheid. Deze machtsbron kan ook worden omschreven als charisma.

Positiemacht

Deze macht vloeit voort uit de positie die iemand vervult binnen de organisatie. Een positie geeft recht op en toegang tot bepaalde informatie, middelen en netwerken. Positiemacht noemt men ook wel hiërarchieke macht: de macht om mensen te straffen en te belonen.

Persoons- en positiemacht

Sommige macht ontleent een manager aan een combinatie van persoons- en positiemacht. Dit gaat soms op voor bijvoorbeeld connectiemacht: de manager behoort tot een bepaalde groep; kent bepaalde machthebbers. Dit type macht heet daarom ook wel referentiemacht. Informatiemacht is ook een combinatie van persoons- en positiemacht. Informatiemacht bestaat uit het toegang hebben tot kennisbronnen; het staan op bepaalde distributielijsten e.d.

Hoofdstuk inhoudsopgave