HNW ontrafeld

Tekst groter

HNW ontrafeld

Het boek ‘Het nieuwe werken ontrafeld’ van Baane, Houtkamp en Knotter is de moeite waard voor iedereen die zich afvraagt waar het nu eigenlijk over gaat als er gesproken wordt over Het Nieuwe Werken (HNW). Het is een verslag van een onderzoek in 21 organisaties naar de aanpak en effecten van HNW. Na lezing weet je de stand van zaken en niet alleen de plussen, maar ook de nuanceringen. Dat laatste ontbreekt nog wel eens bij de (kook)boeken van de ‘gelovigen’. Zo doordacht het boek is over de plussen en de minnen, zo oppervlakkig zijn de beschrijvingen van de organisaties die op de een of andere manier HNW hebben ingevoerd. Maar dat maakt het boek niet minder de moeite waard.

Vier werkprincipes

Volgens de onderzoekers is HNW hét alternatief voor de klassieke hiërarchische ‘command en control-organisatie.' De auteurs vinden dat er pas over HNW gesproken kan worden, als voldaan wordt aan vier fundamentele ‘nieuwe’ werkprincipes. Het gaat om een integraal werkconcept waarin:

  1. medewerkers tijd- en plaatsonafhankelijk kunnen werken: anytime, anywhere,
  2. sturen van medewerkers op resultaat: manage your own work
  3. vrij toegang hebben tot en gebruik van kennis, ervaringen en ideeën: Unlimited access and conncetivity
  4. flexibele arbeidsrelaties: my size fits me.

Tastbare en minder tastbare voordelen

Organisaties die investeren in HNW blijken hiervan de eerste vruchten te plukken. Zij realiseren enerzijds besparingen op huisvesting, reis- en verblijfkosten en ICT. Anderzijds verbetert het werkgeversimago en stijgt de betrokkenheid van medewerkers. Maar niet alle gesuggereerde voordelen zijn hard te maken. De onderzoekers stellen namelijk: ‘Hoewel er ook indicaties zijn dat HNW leidt tot verbeterde samenwerking, het effectiever benutten van kennis en het versterken van innovatiekracht, is de bewijsvoering daarvoor nog dun.’

Het ‘Oude Werken’ heeft niet afgedaan

De conclusie van de onderzoekers luidt op bladzijde 147: ‘Hoewel we overtuigd zijn dat het, vroeg of laat, noodzakelijk is om in beweging te komen (en Het Nieuwe Werken te omarmen), leert ons het onderzoek dat ‘Het Oude Werken’ nog niet zomaar heeft afgedaan. Traditionele kenmerken als hiërarchische aansturing, een gelaagde structuur met vastomlijnde werkprocessen en productiewijzen en collectieve arbeidsvoorwaarden zijn vaak nog zeer functioneel. Wij zijn ervan overtuigd dat de succesfactor zit in een effectieve mengvorm, waarbij situationeel wordt afgewogen welke werkprincipes het beste passen bij een (geleidelijk) veranderende omgeving. Voor veel organisaties blijkt een mix tussen óud’ en ‘nieuw’ de beste oplossing.’
 
Ze stellen (terecht), dat hiërarchie en en top-down sturing niet per definitie ‘fout’ zijn en dat het belang van zelfsturing niet persé ’goed’ is. Lang niet iedereen zit immers te wachten op regelcapaciteit, zelfsturing of de mogelijkheid om plaats- of tijdonafhankelijk te werken.

Bricks, Bytes en Behavior

Het blijkt dat HNW, zoals de auteurs dat ideaaltypisch definiëren, nog maar beperkt voor komt. Vanuit bedrijfsvoeringsoptiek zijn er drie hefbomen om Het Nieuwe Werken gestalte te geven: de ‘Bricks’ (huisvesting en facilities), de ‘Bytes’ (ICT) en ‘Behavior’ (organisatie en HRM). De onderzochte organisaties ondernemen op al deze terreinen initiatieven, maar lang nog niet altijd integraal en op grote schaal. Misschien zit de grootste hobbel wel in (en dat blijkt ook uit het onderzoek) dat de overgang naar HNW om een omslag in denken en doen van managers en medewerkers vraagt. Niet iedereen kan uit de voeten met de nieuwe vrijheid en een nieuwe manier van aansturing.

HNW vraagt aandacht

Het boek maakt nog weer eens duidelijk dat HNW niet voor iedereen geschikt is, maar ook dat elke organisatie een keer moet nadenken over haar eigen organisatieprincipes. De mogelijkheden die de ICT-techniek nu biedt, de eisen die werknemers (oud en nieuw) stellen aan werk en managen maken dat ‘niets doen’ niet mogelijk is. Want in een snel veranderende organisatiecontext, waarin kennis en creativiteit als motor voor concurrentievoordeel aan belang winnen, wordt het steeds belangrijker om nieuwe manieren van werken en organiseren te verkennen.

Hoofdstuk inhoudsopgave