Formuleren van eigen ambities

Tekst groter

Formuleren van eigen ambities

In de zelfanalyse gaat het enerzijds om eigen ambities. Anderzijds gaat het om het eigen vermogen om effectief samen te werken in groepen. Het gaat dus om de antwoorden op eem aantal vragen.

  • Past samenwerking in een groep in mijn ambities?
  • Is de organisatie zelf in staat om een groep te vormen?
  • Is de organisatie in staat om een passende positie te verwerven in de groep?

Samenwerkingsstrategie

Bestuurders die expliciet nadenken over samenwerken en hun rol in groepsvorming, kunnen hiermee betere resultaten boeken. Een instrument dat daarbij richting geeft is een samenwerkingsstrategie, een afgeleide van de organisatiedoelstellingen. Deze geeft antwoord op de volgende bestuurlijke vragen:

  • Voor welke activiteiten vinden organisaties samenwerken in groepen van levensbelang?
  • Welke doelen streven organisaties na met die samenwerking in groepsverband?
  • Welke rol en positie wil de organisatie in deze groepen innemen om de doelen te kunnen verwezenlijken?
  • Welke prioriteiten (en middelen en aandacht) kent de organisatie toe aan groepsactiviteiten?

De antwoorden op deze vragen geven richting aan de wijze waarop individuele samenwerkingsverbanden worden ingericht. Denk daarbij aan partnerkeuze, de keuze van de juiste grondvorm van samenwerken, en de aard en de structuur van te maken afspraken.  

Zelfkennis én kennis over de groep

Niet elke organisatie beschikt over het vermogen om effectief samen te werken in groepen. Het vereist de nodige zelfkennis en kennis over wat een groep goed doet functioneren. Centrale vragen daarbij zijn:

  • is er voldoende kracht en macht om actief in een groep betrokken te zijn?
  • kan de organisatie autonomie gedeeltelijk loslaten en om zich te committeren aan de doelstelling van een groep?
  • beschikken de mensen binnen de organisatie over de durf en diplomatieke vaardigheden om te kunnen functioneren in groepen?
  • zijn bedrijfsvoering en informatietechnologie zodanig georganiseerd dat de organisatie zonder al te veel investeringen kan participeren in groepen?

Hoofdstuk inhoudsopgave