Ecologie van het leren

Tekst groter

Ecologie van het leren

Het thema: Waarom een ecologisch perspectief op leren?

Het wordt steeds duidelijker dat leren en ontwikkelen oneindig is. Zorgvuldig organiseren ervan is simpelweg geen oplossing voor de lawine aan ‘moeten’ die zich over professionals en organisaties uitstort. We gaan steeds vaker over de grenzen van ons kunnen in pogingen voorop of bij te blijven. Het is niet zo raar dat vragen over duurzaam, wijs en betekenisvol organiseren van leren en ontwikkelen zienderogen toenemen. Er is behoefte aan een ander perspectief. Het kijken met een ecologische bril ondersteunt niet alleen anders kijken naar de wereld, maar ook het anders kijken naar leren en organisatieontwikkeling.

Het concept dat dit alles omvat is de Ecologie van het leren. Daarbij gaat het erom:

  • breedte en complexiteit van leren en ontwikkelen te omvatten. Met als motto: denken vanuit de vraag in plaats van de antwoorden (holistisch perspectief)
  • verbanden te zien tussen mensen, activiteiten, in en tussen systemen. Met als motto: de aandacht te verschuiven van objecten naar verbindingen (systemisch perspectief)
  • rekening te houden met een natuurlijk verloop. Met als moto: de aandacht te verschuiven van kwantiteit naar kwaliteit organisch perspectief)

Uiteindelijk heeft ecologisch kijken naar leren, dat in deze lectoraatsperiode (2011 –2015) centraal staat, tot doel inzicht te krijgen in manieren van omgaan met leren en ontwikkelen die  ‘zin’ en ‘zijn’ verbinden, ruimte schept voor ontwikkeling, uitputting voorkomt en wijsheid helpt ontwikkelen.

De onderzoekslijnen en de ontwikkelingen daarin

Het verbreden van het inzicht in de diversiteit in ‘leren’ heeft in 2006 geleid tot vijf leervoorkeuren. Nu is de vraag aan de orde of we daarmee de breedte van het leren voldoende in beeld hebben, om te voorkomen dat we leerarrangementen ontwikkelen die onvoldoende aansluiten bij de lerende. We onderzoeken daarom of intuïtief en imaginair leren ook tot de set van leervoorkeuren behoren.

Vaak zien we dat het geleerde niet of slechts tijdelijk ‘beklijft’. Het blijft hangen in de schil van ons werk. Het  raakt de kern niet, voegt nauwelijks daadwerkelijk toe aan onze manier van kijken en handelen. Bovendien komt er heel veel binnen, maar ruimen we slechts heel beperkt op. Het concept Professionele Identiteit speelt in deze vraagstukken een belangrijke rol, maar lijkt in de praktijk van professionele ontwikkeling en professionalisering een vergeten onderwerp. Wij onderzoeken wat het is en hoe je het kunt versterken, benutten, transformeren, al naargelang de ontwikkelingen in vak en organisatie.

Betrokken onderzoekers

  • Tom van Oeffelt –Vilentum Hogeschool|Stoas Wageningen – onderzoek naar professionele frames
  • Mart van de Veeweij–Vilentum Hogeschool|Stoas Wageningen – onderzoek naar bezieling
  • Cees den Hartog- Deltion-College – onderzoek naar professionele ruimte
  • Onderzoeksgroep Professionele Identiteit: Naast Tom, Mart en Cees bestaat deze uit
    • Elly van de Braak – De sterke punten
    • Freerk Wortelboer - NSO
    • Femke de Jonge  - Galan-groep
    • Gerritjan van Luin- Trinitas College
    • Heleen Draijer – Later is allang begonnen
  • Robert-Jan Simons – Visie op leren – onderzoek naar leervoorkeuren
  • Marjolein Wallenaar–Vilentum Hogeschool|Stoas Wageningen – onderzoek naar leervoorkeuren
  • Jeroen Bode – OSG De ring van Putten – onderzoek naar vertraging