Conflictniveaus

Tekst groter

Conflictniveaus

Conflicten lijken iets om te vermijden. Conflicten hebben vaak een negatieve connotatie. Maar zonder conflict of spanning ontstaat er geen beweging.

Het nut van conflicten

Conflicten zijn niet altijd negatief te waarderen. Creativiteit en innovatie zijn juist afhankelijk van een ontmoeting van tegenstellingen; van conflicten dus. Ze kunnen niet zonder spanning. Bijvoorbeeld tussen:

  • interne stabiliteit én het moeten inspelen op externe doelgroepen
  • realiteitszin én experimenteerdrift
  • deadlines én geld.

Natuurlijk zijn creativiteit en innovatie ook afhankelijk van broeden en achterover leunen. Maar toch vooral van actoren die de verschillende polen vertegenwoordigen en er samen uit moeten en willen komen.

Een ‘optimaal’ conflictniveau

In een normaalverdeling is creativiteit het hoogst bij een ‘optimaal’ conflictniveau. Immers wanneer er geen enkele druk of conflict is, dan ontmoeten actoren met tegengestelde ideeën elkaar niet. Ook ervaren ze dan niet de noodzaak de confrontatie aan te gaan. En dan zal de samenwerkingsbereidheid laag zijn. Wanneer de prestatiedruk dan hoog moet zijn, kan dat geschieden, bijvoorbeeld door:

  • confrontaties
  • wakker schudden
  • prestatietargets.

Wordt de druk echter te hoog en nemen conflicten toe, dan is er niet de rust om er samen uit te komen. En teveel conflict kan er zelfs voor zorgen dat partijen elkaar gaan ontlopen en dat er versnippering ontstaat.
Conflictverlaging kan geschieden door middel van luisteren, herbezinnen op uitkomsten, experimenten accepteren. Het model van conflictniveaus is te benutten als diagnosemiddel: hoe samenwerkingsbereid en creatief is deze groep? En het model geeft tevens indicaties voor welke interventies passen bij welk niveau.

Kanttekening

Het model lijkt geschikt voor groepen waar mensen elkaar daadwerkelijk nodig hebben om iets te scheppen. Waar creativiteit belangrijk is. Daarmee lijkt het vooral in dynamische omgevingen belangrijk en in organisaties waar disciplines moeten samenwerken. Daarbuiten gelden de normatieve uitgangspunten van het model mogelijk minder. De vraag is of routinematige klussen van de individuele fietsenmaker moeten geschieden in een organisatie met een optimaal conflictniveau.

Bron: Vandendriessche, F., De input-output manager, Lannoo 1996

Hoofdstuk inhoudsopgave