Argumenteren

Tekst groter

Argumenteren

Bij argumenteren gebruikt de beïnvloeder feiten en argumenten voor het eigen standpunt. De beïnvloeder brengt ideeën naar voren, geeft suggesties, doet aanbevelingen en stelt vragen die een standpunt aangeven.

Bron van invloed

  • Logica
  • Redelijkheid
  • Feitelijkheid
  • (Wetenschappelijk) aantoonbaar

Kenmerkend gedrag

  • Logische argumenten aanvoeren
  • Tegenargumenten aanvoeren
  • Bewijzen aanvoeren
  • Voorstellen doen
  • Suggesties en aanbevelingen doen

Effectief door

  • Kennis van zaken hebben
  • Kort en bondig formuleren
  • Argumenten in volgorde van belangrijkheid brengen
  • Niet teveel argumenten tegelijkertijd gebruiken
  • Uitnodigende voorstellen doen

Valkuilen

  • Onlogische of niet kloppende argumenten
  • Zwakke argumenten
  • Onaantrekkelijke voorstellen doen
  • Persoonlijke belangen verpakken in argumenten

Bruikbaar als

  • Deskundigheid aanwezig is én gerespecteerd wordt
  • Het onderwerp getoetst kan worden aan feiten en gegevens
  • De ander nog geen mening heeft over het onderwerp
  • Er weinig persoonlijk belang is in de zaak

Niet bruikbaar als

  • De ander boos of geëmotioneerd is
  • De relatie "gekleurd" is
  • De ander een sterke eigen mening heeft over het onderwerp
  • Persoonlijke belangen een sterke rol spelen

Hoofdstuk inhoudsopgave